Plantengeslacht Chamaemelum
Natuurlijke leefomgeving van Chamaemelum
Chamaemelum is een klein, aromatisch plantengeslacht binnen de Asteraceae en komt van nature voor in West- en Zuid-Europa. De soorten groeien vooral in open graslanden, lichte bermen, grazige kustvegetaties en zonnige, droge hellingen waar de bodem arm, mineraal en goed doorlatend is. Het lichte, warme microklimaat en de schrale omstandigheden stimuleren de compacte groei en de hoge geurstofproductie die voor het geslacht kenmerkend is.
Standplaatsomstandigheden van Chamaemelum
In de tuin staat Chamaemelum graag op een zonnige plek in een doorlatende zand- of leemgrond. Voedselarme, licht kalkrijke bodems zorgen voor een stevige, compacte groei. De planten zijn winterhard binnen USDA-zone 4, een temperatuurbereik van –34 °C tot –29 °C. Natte, slecht doorlatende grond wordt minder goed verdragen, vooral in de winter. Een open standplaats bevordert de gelijkmatige ontwikkeling van het fijne blad en de bloemstelen.
Kenmerken van Chamaemelum
Chamaemelum vormt lage, spreidende matten of losse pollen van fijn, veerdelig en aromatisch blad. De bloemhoofdjes bestaan uit een geel hart met witte lintbloemen en verschijnen van de late lente tot in de zomer. De plant heeft een frisse, kruidige geur die vrijkomt bij aanraking. Door de lage groeiwijze blijft het silhouet rustig en natuurlijk, zelfs wanneer de plant in grotere oppervlakken wordt toegepast.
Chamaemelum nobilis
Chamaemelum nobilis, vaak bekend als Romeinse kamille, is de meest toegepaste soort binnen het geslacht. Deze soort vormt dichte, kruipende matten die licht beloopbaar zijn en daarom traditioneel werden gebruikt in geurige “kamillegazons”. De plant is sterk aromatisch, heeft een langere bloeiperiode dan veel andere soorten en maakt een fijn, gelijkmatig bladerdek. De witte bloemen steken helder boven het blad uit en trekken bestuivers aan. C. nobilis gedijt goed op lichte, zonnige plaatsen en heeft een uitgesproken voorkeur voor doorlatende, niet te rijke grond.